• EMERGENT: VORM EN INHOUD VOORBIJ

     

    Peter van der Meijden

     

    ”Karakters en vormen die meer tastbaar dan leesbaar zijn” [i]: Octavio Paz gebruikt die woorden om de mescalinegedichten en –tekeningen van de Belgische dichter, schrijver en schilder Henri Michaux te beschrijven, maar ze kunnen net zo goed over Harm van den Bergs automatische tekeningen gaan. “Een stap voorbij teken en beeld, iets dat woorden en lijnen overstijgt”. Vage gehelen op afstand die dichtbij in minuscule, maar scherpe tekens uiteenvallen. Hoe anders ook, Michaux’ beeldtaal – de beeldtaal van l’informe – dringt zich op als referentie. Zowel Michaux’ verwrongen, onmogelijk gedetailleerde vormen als Van den Bergs tekenmist zijn het product van absolute controle gepaard aan absoluut verlies aan controle: de ene in de greep van een psychedelische alkaloïde, de ander geconcentreerd op het enkele teken zonder ooit zijn blik op te heffen om het geheel te overzien.

     

    De Franse filosofen Gilles Deleuze en Félix Guattari beschrijven Michaux’ proces als “rhizomatische waarnemingsarbeid”, waarneming waarbij teken en betekenis geen dualiteit vormen maar eindeloos met elkaar vervlochten zijn als in het mycelium van een schimmel. Het resultaat is een beeld van de wereld dat alleen nog bestaat uit “snelheden en langzaamheden zonder vorm, zonder subject, zonder gezicht”.[ii] In zijn roes weet de dichter de tweedeling vorm-inhoud te overstijgen, en daarmee alle simpele tegenstellingen. Net zo goed als vorm en inhoud vallen waarneming en het niet-waarneembare samen, en hetzelfde geldt voor de totale in-zichzelf-gekeerdheid en het totaal verlies van controle. “Je zal vast komen te zitten in een krankzinnige race tussen het niet-waarneembare en de waarneming”, vertalen Deleuze en Guattari Michaux’ boodschap, “je zal zo vol zijn van jezelf, je zal de controle kwijtraken”.[iii] Wat bij Michaux tot euforiserende stoffen herleid kan worden, lijkt bij Van den Berg een combinatie van data en natuurlijke groei, processturing en de vermenigvuldiging en diversificatie van cellen.

     

    Herkend en onherkenbaar, losgeslagen en gecontroleerd: in Deleuze en Guattari’s woorden krijgt Michaux gezelschap van die andere grote Franse denker van het vormloze, filosoof en schrijver Georges Bataille. Eén van de lemma’s in diens kritisch woordenboek, dat als een feuilleton verscheen in het tijdschrift Documents (1929-1930), is informe, “vormloos”. In het Nederlands staat er:

     

    “Een woordenboek begint op het moment dat het niet langer de betekenis, maar de taken van de woorden weergeeft. Vormloos is daarom niet alleen een adjectief met een bepaalde betekenis, maar een term die dient om de dingen op een lager niveau te brengen, waarbij het de algemene eis stelt dat elk ding zijn eigen vorm heeft. Wat het representeert heeft geen rechten en wordt overal verpletterd, zoals een spin of een aardworm. Eigenlijk zou het universum, om academici blij te maken, een vorm moeten aannemen. De hele filosofie heeft geen ander doel: het is een kwestie van het bestaande een geklede jas aangeven, een mathematische geklede jas. Aan de andere kant, te bevestigen dat het universum nergens op lijkt en slechts vormeloos is, is hetzelfde als te zeggen dat het universum iets is als een spin of spuug”[iv]

     

    Bataille’s lemma gaat niet zozeer over het vormloze als over woordenboeken en definities. Wat een woordenboek zou moeten doen, zegt hij, is beschrijven wat woorden eigenlijk doen; en wat ze doen, is de dingen op een lager plan brengen, ze een vorm of betekenis te geven. Misschien hebben de dingen eigenlijk helemaal geen vaste vorm, maar zelfs als je dat zegt, geef je er vorm aan: te zeggen dat iets vormeloos, informe, is, is hetzelfde als te zeggen dat het een spin of spuug is. Te zeggen dat Van den Bergs tekeningen emergent zijn, is ze reduceren tot een spin of spuug; maar toch moet het gezegd worden, want het is belangrijk om vast te stellen dat ze in wording zijn. Betekenis en taak, teken en proces: Van den Bergs tekeningen zijn resultaat van een proces, maar het enige dat ze tonen is dat het proces heeft plaatsgevonden. Zelfs het woord “proces” is hier een mathematische geklede jas. Het enige dat de kunstenaar doet, is zich concentreren op zijn minimale tekens, zijn strepen en cirkels. Proces suggereert planning, en daarvan is geen sprake. Er is alleen handeling.

     

    Voor de Amerikaanse kunsttheoretica Rosalind Krauss en de Franse kunsthistoricus Yve-Alain Bois is Bataille’s versie van het vormloze een “operatie van slippen”, de verschuiving van vorm en inhoud of zelfs een belediging aan het adres van de tegenstelling tussen de twee.[v] Als een operatie verandert het vormeloze niets aan de vorm of de inhoud van de dingen, maar de structuur die de twee laat bestaan als elkaars vaste tegenpolen. Van een afstand bezien tonen Van den Bergs emergente tekeningen vormen die zich niet laten determineren, maar van dichtbij duidelijk herkenbare cirkels en strepen die zich in alle richtingen vermenigvuldigen. Er zijn tekens, maar ze laten zich niet aaneenrijgen tot een leesbare zin. Er is een zin, maar hij laat zich niet ontleden in hoofd- en bijzinnen of in zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoorden en werkwoorden. Er zijn fonemen die werken, een werk van tekenproductie dat nooit betekenisproductie wordt.

     

    De Franse schrijver en etnograaf Michel Leiris, medegrondlegger van Documents, beschreef het tijdschrift als “een oorlogsmachine tegen algemeen aanvaarde ideeën”.[vi] Hij bedoelde het waarschijnlijk letterlijk, maar bij Deleuze en Guattari zijn oorlogsmachines iets heel anders: assemblages van levende wezens en objecten wier functie het is om de dingen in beweging te houden, te voorkomen dat ze stollen in regels, conventies, vaststaande betekenissen. De oorlogsmachine en de nomadische gedachten die hij genereert, horen thuis in een horizonloze ruimte zoals de steppe, de woestijn of de zee.[vii] Het enige dat er is, is de omgevende materie. In zo’n omgeving is het enige dat je kan doen, je een weg voelen door het gras, het zand of het water. Het is een terrein dat buiten het bereik ligt van zelfs de beste cartograaf en de meest geavanceerde cartografische methodes. Betekenis is niet vooraf gegeven, maar ontstaat terwijl de oorlogsmachine zich door het landschap beweegt. Van den Bergs procedure is precies zo’n oorlogsmachine: een hand met een potlood erin dat zich met minuscule stappen over het papier beweegt, tekens achterlatend als waren het voetstappen. Altijd in beweging, altijd bezig te ontstaan – altijd emergent.

     

    Emergent: in wording. Een tekstuur, meer dan een tekst. Uiterste controle die een ongecontroleerd en oncontroleerbaar organisme in het leven roept. Weergave van data die nooit te herleiden is tot een werkelijkheid. Een procedure die vorm geen vorm laat zijn en inhoud geen inhoud.

     

     

     

    [i] Octavio Paz, “introduction”, Henri Michaux, Miserable Miracle, translated from the French by Louise Varèse & Anna Moschovakis, New York: New York Review Books, 2002, pp. v-xi; pp. v-vi.

    [ii] Gilles Deleuze & Félix Guattari, A Thousand Plateaus: Capitalism and Schizophrenia, translation and foreword by Brian Massumi, Minneapolis: University of Minnesota Press, 1987, p. 283.

    [iii] Ibid., p. 285.

    [iv] Georges Bataille, “Informe”, Documents, jaargang 1, no. 7, december 1929, p. 382.

    [v] Rosalind Krauss & Yve-Alain Bois, Formless : A User’s Guide, New York : Zone Books, 1997, p. 15 + 16.

    [vi] Michel Leiris, ”De Bataille de l’impossible à l’impossible ‘Documents’”, Critique, no. 195-196, 1963, pp. 685-693 ; p. 689.

    [vii] Deleuze & Guattari, op.cit., p. 379.

    All Posts
    ×